Een ochtend met regen, en dat na het stralende feestje gisteren voor Amsterdam 750 jaar oud. De Utrechtsestraat glimt vermengd met lichtjes van etalages en zelfs al de straatkerstverlichting. Het is druk in de tram maar ik vind nog een plaatsje waarop een achtergebleven paraplu ligt. Paar toeristen achter mij attenderen mij erop, waarop ik triomfantelijk met mijn eigen gebloemde plu reageer met een ‘thank you, I have my own’. Op het Rembrandtplein stap ik uit en zie dat ik een kwartier moet wachten op mijn overstap. Genoeg te beleven om de tijd te doden. Bezorgers van vaten bier voor de cafés, personeel dat de natte stoelen droog maakt, paar giebelende pubers die helemaal opgaan in elkaars mobieltjes en ondertussen waaien de veelkleurige herfstbladeren over de tramrails heen. Een zwerver met lange haren onder een rood petje struint de prullenbakken af voor lege blikjes en plastic flesjes. Al die verschillende levens, ze komen elkaar tegen en ook weer niet. En terwijl ik zo zit te filosoferen komt mijn tram eraan, hup in de actie.
Artis verwelkomt mij als een vertrouwde gast sinds ik paar weken geleden begon met tekenen en schilderen bij de Artis Ateliers. De wandeling naar de Salmhuisjes helemaal aan het eind is al een feestje op zich. Iedere week biedt de natuur zich weer anders aan. Vandaag zijn de bomen alweer anders gekleurd en ook wat kaler dan vorige week. Ik moet uitkijken waar ik loop, zo tussen de plassen en bladerbergjes door. Ondertussen hoor ik gekrijs en geroep van vogels, apen en ja hoor, ook van kinderen. De hele kleintjes hebben Artis-hesjes in dezelfde kleur blauw aan, het is een komisch gezicht. Her en der begroet ik medewerkers van de dierentuin, allemaal al vroeg aan het werk, met een vrolijk goeiemorgen.
Wát een leven in de brouwerij, ik slurp het op en haal gelukzalig diep adem. Ja inderdaad, denk ik, álles IS er al, IK hoef het alleen maar te zien, dat is het énige wat nodig is.
Edith van Kuijck