
Sinds vorige week droom ik nergens anders over dan over sneeuw. Als een kind was ik opgewonden sinds de voorspelling van de komende sneeuw.
Dromen over lopen in de bergen, lopen met sneeuwschoenen aan, langlaufen, sleeën van de heuvels aan de Veluwezoom. Over grote dennenbossen met sneeuw beladen bomen, geluid van de krakende vorst.
Wandelen door hoge sneeuw, je laten vallen in de sneeuw om een afdruk te maken.
Overdag vermaak ik mij met al die blije mensen in het park, vanmiddag stond ik te kijken bij de enige heuvel in het park. Aan drie kanten waren kinderen naar beneden aan het sleeën. Met slee, op een plastic deksel of zonder slee op hun regenpak. Het maakte niet uit voor de pret.
Helemaal in mijn element ben ik. Verder dromen doe ik dan ook niet, het is nu goed.
Wie weet komt het doordat ik in de uitzonderlijk strenge winter van 1947 ben geboren.
Blijer kan je mij niet krijgen.
Marjan Stomph